Westland Verstandig heeft voor vrijwel ieder probleem in Westland hetzelfde instrument gevonden: een raadsvraag.
Een kapotte lantaarnpaal, hondenpoep, begroeiing bij een verkeersbord, een ontevreden inwoner. Alles kan naar het college, alles kan schriftelijk en als er daarna iets gebeurt, kan het resultaat weer worden gepresenteerd als bewijs dat die vragen noodzakelijk waren.
Over die werkwijze schreef ik eerder al in De partij die naar alles luistert, behalve naar kritiek en De partij die op alles bezuinigt, behalve op zichzelf. Toen ging het vooral over aantallen en het beslag op de gemeentelijke organisatie.
Inmiddels kunnen we ook kijken wat er achter die aantallen zit.
Voor deze analyse zijn de officiële schriftelijke vragen van de gemeente Westland vanaf 2015 verzameld. De brieven zijn geautomatiseerd uitgelezen, de afzonderlijke vragen geteld en inhoudelijk geclassificeerd. Iedere vraag blijft gekoppeld aan het oorspronkelijke gemeentelijke document.
Wie de cijfers zelf wil bekijken, vergelijken of filteren kan dat inmiddels ook in het interactieve dashboard met alle onderzochte vragen.
Aantal vragen in 2026:

Tot en met 25 augustus 2026 bevat de dataset 10.760 vragen. Daarvan zijn er 5.880 afkomstig van Westland Verstandig.
Vooral de periode sinds 16 juni valt op. Sinds die datum stelde Westland Verstandig 716 schriftelijke vragen. Alle andere partijen samen kwamen tot 70.
716 tegen 70.
Zelfs als de 79 vragen over de nieuwbouw van De Naald volledig buiten beschouwing blijven, komt nog altijd ongeveer negen van iedere tien vragen van Westland Verstandig.
Het doet denken aan een puber die na ieder “dat is niet de bedoeling” antwoordt: “Maar het mag toch?”
Het AD vroeg waarom. En stopte daarna met vragen
Op 4 augustus stelde het AD precies de goede vraag: waarom stelt Westland Verstandig eigenlijk zoveel vragen?
Daarna werd het interview opvallend gemakkelijk.
Peter Duijsens mocht uitleggen dat Westland Verstandig zoveel vragen stelt omdat de partij luistert naar inwoners en ondernemers. Vrijwel iedere vraag zou voortkomen uit een melding, signaal of zorg. De beantwoording kost tijd, maar democratische controle kost nu eenmaal tijd. En wie klaagt over die kosten, zou vooral het belang van inwoners miskennen.
Dat zijn uitstekende argumenten.
Voor Westland Verstandig.
De journalistieke vervolgvraag lag ondertussen voor het oprapen: waarom moet een melding van een inwoner eigenlijk een formele raadsvraag worden?
Wanneer wordt iets gewoon bij de gemeente gemeld? Wanneer belt een raadslid een wethouder of ambtenaar? En hoeveel van die honderden vragen gaan werkelijk over politieke controle, in plaats van over concrete problemen die via de normale gemeentelijke organisatie opgelost kunnen worden?
Die toetsing bleef uit.
Het AD vroeg dus waarom Westland Verstandig zoveel vragen stelt en publiceerde vervolgens vooral waarom Westland Verstandig zelf vindt dat het zoveel vragen moet stellen.
Dat is geen kritisch interview.
Dat is de verdediging laten uitspreken zonder kruisverhoor.
Van hondenpoep tot armaturenvoorraad
De data laat zien waarom juist die vervolgvraag nodig was.
Neem de vragen over hondenpoep en het ontbreken van een afvalbak langs de Poelkade. Westland Verstandig wilde weten hoeveel meldingen er waren, waarom er geen afvalbak stond, of het college er alsnog één wilde plaatsen, of daar hondenpoepzakjes bij konden en hoe vaak er werd gehandhaafd.
Of de defecte lantaarnpaal aan Het Tolland. Niet alleen wanneer de lamp weer zou werken, maar ook wanneer de storing was gemeld, wanneer opdracht was gegeven, welke responstermijnen gelden, hoe het met de voorraad armaturen zit en hoeveel andere reparaties vier, acht of twaalf weken duurden.
Eén kapotte lamp wordt zo aanleiding voor een onderzoek naar de logistieke bedrijfsvoering rond de openbare verlichting.
Hier ontspoort het vragenrecht.
Raadsvragen zijn bedoeld om het gemeentebestuur te controleren. Niet als snellere ingang voor iedere melding uit de openbare ruimte.
Daar heeft Westland namelijk al een systeem voor.
BuitenBeter.
En dat weet Westland Verstandig zelf ook
Op 19 augustus stelde Westland Verstandig vragen over het functioneren van BuitenBeter.
De concrete aanleiding was één inwoner met één melding aan de Geestweg.
Van die ene ervaring maakte Westland Verstandig meteen een formele kwestie over de werking van het systeem. Er moesten cijfers komen, afhandelingstermijnen, uitleg over procedures en voorstellen voor verbetering.
Dat is politiek buitengewoon handig.
Want wie voor struiken, afvalbakken en andere praktische problemen raadsvragen stelt, krijgt natuurlijk vroeg of laat de vraag waarom daarvoor BuitenBeter niet wordt gebruikt.
Westland Verstandig had het antwoord alvast klaargelegd: BuitenBeter werkt niet goed.
Het bewijs?
Eén klacht.
Het is een beetje alsof een puber eerst vaststelt dat de vaatwasser één keer een bord niet helemaal schoon heeft gekregen en vanaf dat moment concludeert dat afwassen voortaan officieel de taak van zijn ouders is.
Vooral omdat Westland Verstandig een dag later zelf meldde dat artikel 42-vragen “opnieuw hun nut bewijzen”.
De overwinning: begroeiing rond verkeersborden was verwijderd.
Dat bewijst niet het nut. Dat bewijst het misbruik
Een overgroeid verkeersbord is ongeveer het schoolvoorbeeld van een melding openbare ruimte.
Als je zo’n kwestie via formele raadsvragen naar het college tilt, de organisatie een antwoord laat produceren en vervolgens het snoeiwerk presenteert als bewijs dat raadsvragen werken, toon je niet aan dat het vragenrecht goed wordt gebruikt.
Je toont aan dat je het kunt gebruiken als BuitenBeter met politieke voorrang.
Natuurlijk werkt dat.
Wie een uitvoeringsprobleem hoog genoeg in de organisatie legt, vergroot de kans dat het snel wordt opgelost. Maar dat maakt het nog geen democratische controle.
Het systeem houdt zichzelf bovendien keurig in stand. Een inwoner meldt iets bij Westland Verstandig. Westland Verstandig stelt raadsvragen. De gemeente grijpt in. Westland Verstandig publiceert het resultaat en gebruikt dat resultaat vervolgens als rechtvaardiging voor de volgende serie.
En als iemand vraagt waarom het gewone meldsysteem wordt gepasseerd, heeft de partij inmiddels ook daar raadsvragen over gesteld.
716 tegen 70.
Peter Duijsens zei tegen het AD dat niet de vragen het probleem zijn, maar de problemen die aanleiding geven tot die vragen.
Dat klinkt fraai.
Maar een kapotte lantaarnpaal wordt geen kwestie van democratische controle doordat een raadslid er vijf vraagtekens achter zet.
Voor een overgroeid verkeersbord bestaat BuitenBeter.
Voor controle op het gemeentebestuur bestaat het vragenrecht.
Westland Verstandig weet dat verschil best.
Het heeft alleen ontdekt dat niemand het kan verbieden om te doen alsof het er niet is.